De drie gemeenten

Bertem
Al in een oorkonde uit 1112 werd er melding gemaakt van "Berthem" (in 2012 dus 900 jaar geleden!). De oorsprong van deze naam is onduidelijk. Wel staat vast dat hij van Frankische origine is. Ofwel stond het voor 'schitterende woning' (berhta en heima) of voor 'woning in de modder, moeras' (heima en beire). De tweede verklaring zou dan slagen op de modderige gronden rond de Voer.

In de negende eeuw schonk Adelhard, kleinzoon van Karel Martel, enkele gronden aan de abdij van Corbie, toen hij daar als monnik binnentrad. Bertem was hier een deel van. De heren van Heverlee kregen de wereldlijke macht in handen, en noemden zich sinds 1322 'heren van Bertem'. Deze situatie bleef zo tot 1562. In dat jaar verkocht de abdij haar cijnsboek. Zo verkreeg de famile van Bertie haar rechten in Bertem. Dit cijnsboek werd in 1681 verkocht aan Thomas Stapleton, die verschillende belangrijke functies aan de universiteit van Leuven vervulde. Na zijn dood in 1697 verenigden de heren van Heverlee (de latere familie van Arenberg) hun rechten met die uit het cijnsboek van de abdij van Corbie.

In het begin de Franse overheersing werd Bertem een deel van de 'municipalité de canton Tervuren', een fusie waar ook Korbeek-Dijle en Leefdaal deel van uitmaakten. Na vier jaar reeds, toen Napoleon aan de macht kwam, werd er een eind gemaakt aan deze fusie. Bertem werd terug een aparte gemeente, wat het bleef tot 1977.


Korbeek-Dijle
Korbeek-Dijle stond in 1210 bekend als 'Corbais'. Deze naam zou komen van het Germaanse 'kurta' (kort) en 'baki' (beek), oftewel 'korte beek'. De toevoeging '-Dijle' verwijst natuurlijk naar de ligging langs de Dijle.

Tijdens de middeleeuwen behoorde het huidige grondgebied Korbeek toe aan twee verschillende heerlijkheden. Pas in 1628 werden deze twee verenigd. Het geheel werd in 1661 verheven tot baronie, toegewezen aan de familie van Dongelberg. Korbeek werd op het einde van de zeventiende eeuw weer een heerlijkheid, en dit voor de rest van het Ancien Régime.


Leefdaal
Leefdaal zou etymoligisch afkomstig zijn van het keltische woord 'labant' of 'lebent' (stromende, voerende, mogelijk de oude naam van de Voer) en 'dal'. De naam betekent dus waarschijnlijk gewoon 'Voervallei'.

Op de Vroeienberg ('berg van de Heer') staat de oudste parochiekerk uit deze streek, de Sint-Veronakapel, ook Heilig-Kruiskapel genoemd, gebouwd omstreeks 900. Van dit oudste bouwwerk is slechts één muur bewaard, later volgden nog verschillende verbouwingen en uitbreidingen. In 1951 werd de kapel naar een meer oorspronkelijke staat hersteld, als stille getuige van een ver verleden.

Leefdaal zelf was in de vroege middeleeuwen in het bezit van de hertog van Brabant. Deze schonk in de dertiende eeuw het gebied aan één van zijn ambtenaren, die zo de titel 'heer van Leefdaal' aannam. Het eerste kasteel werd waarschijnlijk toen gebouwd, als bescherming van de handelsweg Brugge-Rijnland. Via erfenissen en huwelijken kwam de heerlijkheid in handen van de familie van Petershem en Merode. Deze laatste familie verkocht het goed in de zeventiende eeuw aan Philip Helman. Via zijn dochter kwam het dan bij de graven van Bergeyck terecht. Ondertussen was Leefdaal ook een baronnie geworden. De huidige bewoners van het kasteel, de graven de Liedekerke, stammen trouwens af van de graven van Bergeyck.

Bibliografie:

  • BRUMAGNE Willy, leefdaal.be - Geschiedenis.
  • LETELLIER Cyriel, users.telenet.be/korbeekdijle/historiek.htm.
  • VANDEPUTTE Omer (red.), Gids voor Vlaanderen, 2007.
  • VANNOPPEN Henri, De geschiedenis van Bertem, de parel van de Voervallei, 1978.
  • VANNOPPEN Henri, De geschiedenis van Bertem, het teusserdorp bij de Romaanse kerk, 1980.
  • VERBESSELT Jan, Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw (deel XV), s.d.